Halsspieren versus Ligamentum nuchae en lig.supraspinale

Het paardenlichaam bestaat uit verschillende structuren die allemaal samen werken en 1 logisch geheel vormen. Wat dat betreft heeft de natuur echt aan alles gedacht. En heeft ze zelfs een energiebesparende structuur ingebouwd.

Hoezo? Energiebesparend systeem?

Ik ga het zo simpel mogelijk uitleggen.

Wel we hebben veel verschillende botten die naast mekaar liggen en verbonden zijn via gewrichten. Om goed naast mekaar te kunnen bewegen bestaan de gewrichten uit volledige schokdempers.
En om de botten te voorzien van beweging zijn er spieren. Die spieren trekken in verschillende richtingen aan de botten. En hierdoor komt het hele skelet in beweging.

Maar waar beweging ontstaat moet er ook energie vrijkomen. Om de spieren langer en korter te kunnen maken en kracht te leveren moet er energie vrijkomen. Die energie komt uit voedingstoffen en zuurstof. Dus als er veel krachtige, sterke en snelle beweging moet plaats vinden komt er veel energie vrij. Het lichaam gebruikt uit de energiecellen de inhoud en het omhulsel voert ze af in de vorm van afvalstoffen in het systeem.

Als er nu teveel afvalstoffen afgevoerd moeten worden en het lichaam krijgt het niet bol gewerkt dan ontstaat er verzuring en die blijft achter in de spieren en zo ontstaat spierpijn. Om spierpijn te voorkomen moeten we dus op tijd even rust nemen en het lichaam laten recupereren.

Een voorbeeld:

Om het paard te rijden in oprichting en verzameling. Moeten de halsspieren de halswervels optillen, vasthouden en stabiliseren gedurende een hele tijd. Wij vragen dit van ons paard zonder te beseffen dat dit dus mega zwaar werken is. Vergelijk het met je armen voor je uit houden en je mag ze niet laten zakken. Sterker nog ik leg er 5 kg bovenop. Heb je beeld?

Als een paard dit een uur moet volhouden zonder even op lengte te komen dan krijg je gegarandeerd verzuring met als gevolg, spierpijn met als gevolg, je paard gaat slechter buigen en dragen, met als gevolg tegen de hand zijn, met als gevolg zonder kunde om dit te herkennen met als gevolg, een hand die nog sterker zal gaan inwerken om de oprichting toch voor mekaar te krijgen.

Moeder natuur heeft daar wat op voorzien.

En het is zo simpel en grandioos als je weet hoe het werkt. Het grootste deel van de tijd loopt het paard met zijn hoofd laag aan de grond tijdens het grazen. De halsspieren werken dan echt op de energiebesparende stand. Wat wil zeggen dat ze in ontspanning niet zorgen voor stabiliteit van de wervels en gewrichten. Moest er geen huid rond het paard zitten zijn hoofd zou prompt van zijn hals afvallen .

Dus moeder natuur bouwde het ligamentum nuchae in wat een dikke vlecht is die begint achter de schedel onder de manenkam en doorloopt tot aan de shoft. Van daaruit gaat het ligamentum nuchae over in het ligamentum supraspinale. En die vlecht heeft allemaal zijtakken en waaiert naar elke halswervel en elke rugwervel.
Waardoor hij ervoor zorgt dat het hoofd aan de hals blijft zitten en de halswervels en de volledige wervelkolom perfect naast mekaar gerangschikt blijven als de hals laag is en de spieren kunnen ontspannen. Het lig.nuchae is de energiebesparende structuur die de spieren tijdelijk ontlast.

Het lig.nuchae en lig. Supraspinale komt volledig op rek en zorgt ervoor dat de wervelkolom als een waaier de wervels tov mekaar en uit mekaar houd en ervoor zorgt dat de doornuitsteeksel mekaar niet raken want dat is pijnlijk en kan uitgroeien tot kissing spines.

Of je nu op het paard zit of het paard in een neutrale houding staat. Het blijft altijd van belang om ervoor te zorgen dat de wervelkolom omhoog blijft.

Bij een hoge halshouding spreken we de buikspieren aan om de wervelkolom op te tillen. Bij een lage halshouding houd het lig.supraspinale de wervelkolom omhoog. Het paard heeft hierdoor altijd een sterke rug.

Op voorwaarde dat we goed zorg dragen voor de bespiering en dat we ze sterk maken en aan het werk zetten maar evengoed dat we ze op tijd laten ontspannen en de tijd geven te recuperen.

Wanneer dit ons rijtechnisch allemaal net niet goed lukt ontstaat er het gevaar voor blessures.

Mogelijke blessures die kunnen ontstaan.
Oa.
Bij de spieren is de tonus die er op zijn beurt voor zorgt dat de beweging sterk achteruit gaat.
En gaat zorgen voor compensatie, wat ervoor zorgt dat de gewrichten te weinig bewegen en de schokdempers ongelijkmatig worden gebruikt.

Bij het lig. Nuchae en het lig. Supraspinale kunnen ook blessures ontstaan en vaak zijn dit slijmbeursontstekingen aan het begin van de aanhechting net achter de schedel en de 1ste en 2 de halswervel. Die zelfs chronisch kunnen worden. Vaak ontstaan ze door een herhaaldelijk trauma vb vasthangen of in sommige gevallen een infectie.
Wat we dan vaak zien is dat de hals na de hoofdhalsverbinding opgezet is, asymmetrisch is opgevuld door de ontsteking die zich daar bevind en erg pijnlijk is.

Het paard zal een stijve hals hebben moeilijk inbuigen en afbuigen. Mogelijk hoofdschudden en aanleunings problemen hebben. En voornamelijk lopen met de neus ver voor de loodlijn uit. En weinig beweging in de hals tijdens het stappen.

Maar als we dus goed zorg dragen voor de houding van het paard. Genoeg variëren. De spieren de tijd geven om sterk te worden en te ontwikkelen. En ze tijdig te laten ontspannen door niet enkel de spieren effectief te laten samenwerken maar alle structuren te laten samenwerken in het lichaam waarvoor ze bedoeld zijn.

Dan gebruiken we het lichaam zo efficiënt mogelijk en sluiten we zoveel mogelijk blessures uit.

Het paardenlichaam zit gewoon echt goed in mekaar tis aan ons om te ontdekken wat waar zit hoe het werkt en hoe het ons kan helpen.

De 5 meest voorkomende problemen bij paarden.

Paarden houden betekent altijd nauwlettend het management van je paard op de voet opvolgen. Om het minste opkomend euvel de kiem in te smoren.

Wanneer het kleine probleem kan uitgroeien tot een grote blessure dan is het eigenlijk al in een veel te ver gevorderd stadium dat steeds moeilijker onomkeerbaar word. Waar het paard ongetwijfeld groot ongemak van heeft. En we willen toch allemaal het beste voor ons paard.

We kijken even naar de 5 meest voorkomende problemen die we met goed management kunnen vermijden.

Hypertonie van de rugspieren en lendenen.

Hypertonie wil zeggen dat de spieren een verhoogde tonus (aanspanning) hebben en ze steeds meer moeite krijgen met aan en ontspannen. Wanneer deze steeds minder goed doorbloed geraken worden ze gevoelig en pijnlijk en zorgen ze dat het paard gaat compenseren (anders bewegen) in het lichaam. We zien dit vaak in de rugspieren en de overgang naar de lendenen. Een rug die vast zit noemen we het in de volksmond, wat als resultaat heeft dat het paard niet meer los door zijn lijf beweegt. En in meerdere spiergroepen in het lichaam beperkt worden.

SpierAtrofie rug en hals.

Atrofie wil zeggen spieren die matig tot volledig verdwenen zijn en nog maar heel beperkt werken. We zien het vaak terug in de hals en in de rug.

  • In de hals is de oorzaak vaak het verkeerd aanspannen van de halsspieren ten gevolge van de ruiter die te sterk inwerkt en waarbij het paard moeite doet om de druk te vermijden door de verkeerde spieren aan te spannen. We willen juist zien dat het paard de bovenlijn in de halspieren aanspant maar door de sterke inwerking gebruikt het paard juist de onderhalsspieren die op hun beurt dan weer hypertoon zijn geworden. En de bovenhalsspieren atroof worden.
  • In de rug is de oorzaak in 75 % van de gevallen een zadel dat slecht past en knelt waardoor de bespiering beschadigt en afbreekt. Een zadel dat knelt voorkomt dat het paard zijn schoft kan liften en zijn rug kan opbollen. Langs de ruglijn zitten reflex punten als het zadel hier constant op drukt dan drukt het paard zijn rug weg hoeveel wij ook vragen om de buikspieren aan te spannen en de bovenlijn beter te gebruiken.
  • Geen beweging, een voerrantsoen dat te karig is kunnen ook allemaal een onderliggende oorzaak hebben voor spieratrofie.

Pijnlijke spieren.

Wanneer paarden heel eenzijdig getraind worden en er continue moeilijke oefeningen van hem gevraagd worden kunnen de spieren verzuren en erg pijnlijk worden. Dit kan 36 u tot 72 u duren. Paarden gaan dan stijf bewegen of liefst zoveel mogelijk beweging vermijden.
De pijnlijkheid komt verder uit het eiwit myoglobine wat een zuurstofbindend eiwit is dat in grote hoeveelheden voorkomt in de spieren en zorgt voor het herstel van spieren.
Spierpijn moet na enige tijd vanzelf weer overgaan. Gebeurd dit niet en blijft het paard veel last van spierpijn houden die niet in verhouding staat tov de fysieke inspanningen die het paard doet dan neemt men best contact op met de dierenarts.
Belangrijk is om altijd te zorgen voor een goede warming up en cooling down waarbij de spieren naderhand nog warm worden gehouden en het herstel sneller en minder pijnlijk verloopt.

Blokkades en mobiliteitsproblemen >< beperkte beweging.

Zien we vaak terug in de hals, rug en si-gewricht.

  • De meeste spanning zit bij de onderhals en de atlas. Hier vind je de meeste blokkades terug.
    Wanneer het paard te veel zijn halsspieren verkeerd aanspant dan zal het op de verkeerde plaatsen bespierd geraken en de halswervel gewrichten beperken in laterale buiging ( links en rechts) en afbuigen van de hals ( bovenlijn aanspannen).
  • Om de bovenlijn goed te kunnen opbollen en voldoende lengtebuiging te kunnen laten aannemen is het van belang dat de wervelkolom zijn flexibiliteit in elk facetgewrichtje optimaal is.
    Elk facetgewricht verbind de ene wervel met de andere wervel. Wanneer de wervelkolom geen facetgewrichtjes zou hebben dan zou de wervelkolom star en stug zijn en niet kunnen bewegen. De paarden zouden dan houterig en stijf lopen.

Wanneer de facetgewrichten voor langere tijd beperkt worden door bijv. een zadel dat niet past of de techniek van de ruiter die niet handig genoeg is om het paard te rijden met een goede aangespannen rug, dan kunnen de Facetgewrichten beschadigen en ontstoken geraken. En zeer pijnlijk worden.

  • Blokkades of asymmetrie van de beweging van het si-gewricht. Kan voortvloeien uit rugproblemen, pijnlijk spronggewricht, artrose in de benen, peesblessures,overmatige links of rechtshandigheid die niet word gecorrigeerd, compensatie in het lichaam als gevolg van…

Verstoord musculair functioneren.

Spieren worden aangestuurd door het zenuwstelsel. En het zenuwstelsel is als een telefoonlijn die vertrekt vanuit de hersenen. Prikkels voelt in en rondom het lichaam en hier meteen met een reactie op reageert. Wanneer spieren in een slechte conditie zijn waar ik het in de vorige puntjes al over heb gehad dan is het voor het zenuwstelsel moeilijker om de spier perfect aan te sturen zonder ruis op de telefoonlijn. Wat we dan zien is dat het paard in milde of zware vorm coördinatie problemen heeft. En een afwijkend bewegingspatroon vertoond.

  • Dit kan veroorzaakt worden acuut door een trauma van buitenaf.
  • Of aangeboren
  • Of ouderdom vaak noemen we dit ouderdomsproblemen.
  • Maar beschadiging door slecht passend harnachement is ook een mogelijkheid.
  • Of de inwerking van de ruiter die jarenlang met teveel druk is uitgeoefend. Waarbij de structuren in het lichaam verkeerd belast werden en teveel druk funest werd voor de optimale werking.

Samenvatting;

Een paard is een groot dier met een grote complexiteit in het ganse skelet, spieren, gewrichten en aansturingen.
Alles hangt heel nauw samen met elkaar en heeft ongetwijfeld invloed op mekaar. Waar we heel goed zorg voor moeten dragen. Als we willen dat ons paard gezond blijft functioneren bij het dragen van een ruiter.
Tijdig je paard ondersteunen bij herstelprocessen en de spieren in conditie houden kun je in feite net zo goed als een basisconditie omschrijven die heel erg belangrijk en noodzakelijk is.

3 Dagen Ierland waren een geweldig avontuur.

Vandaag tijdig op om nog de laatste ochtend door te brengen in Culmore. En daarna weer naar Belgie te reizen.
Tijdens het ontbijt vroeg John me goed geslapen?

Ik moest stiekem wel lachen en vertelde hem dat ik mijn eerste zorgendroom om Paddy al achter de rug heb. 😊
Namelijk dat Paddy bij ons op stal stond in een heerlijke dikke laag met stro en dat hij de halve stal had leeg gegeten. Gelukkig met een goed einde in mijn droom. Maar hij is het niet gewend om op stro te staan. Dus rustig aan wanneer hij aankomt is zeker geen slecht idee.

Na het ontbijt eerst Paddy goeiemorgend zeggen. Die heeft echt een denkende blik.
Ben je daar nu weer? Zie je hem denken. En lust inmiddels een appel in hele kleine stukjes. Hoezo nu al verwend?

Ik laat Paddy achter met zijn ontbijt en ga Sandra helpen met de paarden buiten zetten en water geven en daarna is het tijd voor Ringo het 2 de wedstrijd paard van Sandra en die krijgt vandaag een stevige massage. Ook hij stond te genieten. Achteraf het tapen ging wat moeilijker met al het loskomend haar. Maar het is uiteindelijk wel gelukt.

Tijdens 1 van de vele gesprekken met John wist hij met vertellen dat er vroeger een handelaar was die alle paarden met afstamming van Cavalier opkocht omdat deze juist zo een fijn karakter hebben. Als men het in ierland heeft over een cavalier dan weet men precies welk karakter te verwachten. Heeft men het in Nederland over een J… dan weet men ook precies wat te verwachten. Klein verschilleke.
Cavalier is dus 1 van de opa’s van Paddy.

En inderdaad wat ik toe nu gezien heb van Paddy is een heel fijn beheerst karakter.

Paddy zijn kruising bestaat langs moeders zijde uit een Connemarapony en langs vaders zijde uit een Irish sport horse.
En een Irish sporthorse is eigenlijk een kruising van het typische Ierse trekpaard dat gekruist werd met volbloedpaarden om ze sportiever te maken en er een elegant rijpaard van te maken. Het zijn uitmuntende eventing en springpaarden. Fijne veelzijdige paarden dus.

Connemara’s zijn fijne pony’s die zich gauw hechten aan hun eigenaar en erg mensgericht zijn. Ze zijn nieuwsgierig, eerlijk en intelligent. Wat er soms voor zorgt dat ze eigenwijs zijn. Vaak zijn de pony’s vanwege hun stokmaat geschikte familiepony’s. Braaf voor de kleintjes en groot genoeg voor de moeders.

Mijn ervaring is dat ze vooral heel eerlijk en niet gemeen zijn. En ze een fijn vertrouwd gevoel geven.
Zenuwachtigheid in hun karakter ben ik nog niet tegengekomen. Dus ik denk dat ik een heel fijn paardje heb getroffen.

Spoedig zal Paddy me volgen vanuit Ierland met transport over de weg en de boot vanuit Engeland.
Intussen heb ik vernomen dat de papieren van de andere reispaarden niet in orde waren en dat het transport enkele dagen uitgesteld word. Maar volgende week zal hij zeker en vast aankomen bij ons op stal. En zijn stalletje zal voorzien zijn van een klein laagje stro om te beginnen met een berg aan hooi. 😊

Paddy je bent welkom mijn vriend

Bezige bijtjes regelen alles vooraf .

In tegenstelling tot maandag wat wel een erg koude dag was 6 graden met een gevoelstemperatuur van 3 graden regen en erg guur.
Begon de dag al met een zonnetje en was het aangenamer warm 14 graden een zeer goed begin van de spannende dag die ons te wachten stond vond ik.

Na een ontbijtje voor onszelf kregen de paarden ook ontbijt. Sandra wist me te vertellen dat Paddy wel eens kieskeurig is en duidelijk voorkeuren heeft. Ik had dan ook een appeltje gekregen. Maar meneer vond het duidelijk nog te vroeg voor een appel. Die was nog steeds met grote vraagtekens naar mij aan het kijken en tussendoor ging die telkens aan mijn hoofd ruiken. Who are you?
Alle paarden kregen hun hapje en werden wisselend buiten gezet terwijl de stallen werden schoon gemaakt. En Sandra en ik deden maar 1 ding en dat was praten en praten over onze favoriete bezigheid. 😊

Ik begon toen al lichtjes zenuwachtig te worden. Want in de aanloop naar het bezoek aan Paddy was er iemand op het briljante idee gekomen (die wist al lang dat Paddy mijn hart had gestolen) om maar alvast een keuring te regelen. Afzeggen kon nog altijd op maandagavond in het slechtste geval. Maar dan hoefde ik alleszins niet nog eens naar Ierland om te keuren.

En zo had ik dus geregeld dat op dinsdag er een dierenarts helemaal uit Galway kwam met xray apparaat om Paddy volledig te keuren en zijn benen op de foto te zetten om uit te sluiten dat hij geen ocd zou hebben of slecht ontwikkelde gewrichten.
En had ik met mezelf de afspraak gemaakt als de foto’s niet goed zouden zijn dat ik hem niet zou nemen. Maar we moesten nog wat geduld hebben tot de middag.

Dus ik kreeg inmiddels al stress want ik vond Paddy wel heel erg leuk, maar het was nog steeds af te wachten hoe hij de keuring zou doorstaan.
Sandra was er wel gerust in. En John de vader van Sandra die begon samen met mij een beetje te ijsberen. Want uiteindelijk weet je het nooit hoe graag dat je ook wil dat het goed gaat.

En toen kwam Felim Mac Eoin de dierenarts aan. Een zeer rustige man en erg vriendelijk. Samen met zijn assistent. Ze vonden het wel bijzonder om een Belg te treffen in culmore die een jonge kruising connemara x Irish sporthorse wil keuren. En nadat ik mijn wensen had uitgelegd en ook waarom gingen we aan de slag.

Alles kwam aan bod. Hart, ogen, longen, chip, exterieur, bewegingsanalyse en daarna gingen we over op de Xray foto’s.
En wat was Paddy voorbeeldig. Zelfs Felim vond het apart dat hij zo braaf was ondanks zijn beperkte ervaring met mensen en zijn leeftijd.

Hij herkende deze karakter trek uit de Irish sport horses. Een mooie kruising zei hij erbij. En stelde me gerust dat ISH paarden laatbloeiers zijn en lang doorgroeien. Vandaar dat hij overbouwd is. Maar hij moet nog 2 worden he. En de groeischijven onder de carpus die zijn dicht en alles daarboven is nog in vol proces.

18 foto’s later. Is Paddy helemaal goedgekeurd. Hele mooie foto’s haarscherp en de gewrichtjes van Paddy zijn ook haarscherp. Zijn knieen zijn nu nog grof omdat ze nog volop in ontwikkeling zijn.
En als er nu geen ocd zit komt deze ook niet meer 😊

Groen licht van de dierenarts. En we waren allemaal super blij. Paddy krijgt een nieuw baasje!

Ondertussen had ik de kans gekregen om Paddy te leren kennen in ongewone situaties zoals enten, dierenarts, tanden nakijken.
En was ik helemaal blij met zijn voorbeeldig gedrag. Zo netjes en beheerst ondanks dat het toch spannend was. Maar hij ontploft niet. Nee hij denkt. Je ziet hem echt denken.

Dus enof ik het nieuwe baasje wil worden. Heel erg graag 😊

Ondertussen was ik nog aan het bekomen van mijn nieuwe aanwinst. Het thuisfront aan het inlichten. En Sandra die was al contact met het transport aan het opnemen. Wat ik niet in de gaten had.
En kwam dus na 15 min de hoek met het goede nieuws dat hij donderdag al kon vertrekken.
Ik was half in shock. Zo snel! Andrew moest al in Antwerpen zijn dus een uurtje verder rijden was ideaal.
Na de bevestiging van het thuisfront mocht hij zo snel komen en was hij meer dan welkom op stal.
Maar ik was er echt ondersteboven van. Zo snel Hahahaha.

Ok super goed nieuws maar er moest ook nog gemasseerd worden.
Major dé wedstrijd Connemara van Sandra waarmee ze naar Hickstad gaat was aan de beurt.
Een Connemara van het oudere type maar met super veel beweging.
Nadat ik hem in beweging had gezien ging ik aan de slag. En wat kon hij genieten.
Van voor tot achter heb ik hem los gemaakt en daarna nog getapet. Gelukkig bleef het plakken ondanks de felle ruiperiode.
En naderhand was hij helemaal zen. Sandra zag het meteen.

En ik was helemaal gaar. Van de spanning van afgelopen middag. Van het stuiteren omdat ik weer een paardje heb, en dan nog eens een diepe massage te hebben gedaan.
Tijd voor ontspanning.

Fototime! Om het thuisfront op de hoogte te houden moesten er de nodige foto’s en video’s gemaakt worden natuurlijk.
want inmiddels was Paddy echt een knuffelkont geworden naast me en blijkt die met 2 op de foto leuker te zijn dan alleen 😊
Want telkens de deur open ging stond ik daar. En kwam die snuffelen.
En poseren ging in 1 moeite door.

Ik denk dat we binnen het half uur de nodige fans verzameld hadden op facebook en Instagram.
Erg leuk om te weten dat iedereen zo met me meeleeft.
Later die dag heb ik niet veel meer gedaan dan wat op de bank hangen, chatten en relaxen.

Ik zou vast een goed kunnen slapen verzekerde John mij. Inderdaad ja. Als een blok viel ik in slaap.
En als een echte paardenmama werd de eerste droom een feit en had ik me s’nachts zorgen gemaakt over ….

Dat kom je morgen te weten in het volgende blog.

Yes, ik ga naar Ierland.

Dat was wat ik de laatste tijd tegen iedereen zei. En dan was de eerste vraag altijd. Ga je het land verkennen? Nee ik ga naar een paard kijken. Want het leven is beter met paard antwoorde ik dan met een Big Smile op mijn gezicht.

O en hier om de hoek zijn niet genoeg paarden vroeg men dan?
Nee niet die ene speciale die ik gezien heb was telkens mijn antwoord. En dan gingen de wenkbrauwen omhoog.

Toen mijn lieve Sky gegaan was. Heb ik mezelf de vraag gesteld, naar wat ga je op zoek?
Met pijn en verlangen in mijn hart beschreef ik hoe mijn toekomstig paardje moest zijn.
En het is eigenlijk heel gek.
Dit is nu mijn 3 de paard dat ik koop. En bij het eerste paard was de kleur voor me belangrijk. Bij mijn 2 de paard was kleur niet belangrijk maar wilde ik vooral een snelle sensibele.
En in mijn 3 de wens ging ik voor kleur, sensibel en een hartsvriend.
Zo gingen mijn woorden de kosmos in.

Heel veel sneller dan verwacht maar welkom en zeker niet op een manier dat ik het had verwacht kwam er een paardje in het vizier. En ik kreeg het meteen warm. 1 klein ( groot) detail 😊
Hij stond in Ierland.
En zo begon mijn reis.

6 weken later nam ik het vliegtuig richting Dublin. Ik ging niet enkel een paard bekijken.
Ik moest zelf ook nog wat obstakels nemen. En dat was namelijk dat ik nog een hele autotrip voor de boeg had en ik links zou rijden. Ik vond de gedachte alleen al super spannend. Maar ik ging voor de uitdaging. En ik stapte links in waarbij het stuur rechts stond 😊 En men had me vooraf nog gewaarschuwd.
Ik begon er met knikkende knieën aan en al gauw reed ik Dublin uit.

En een goeie 2 uur later kwam ik veilig aan op mijn bestemming.
En mijn eerste indruk over het binnenland van Ierland was inmiddels een feit.
Heel erg anders dan bij ons. Erg landelijk. Als ik naar de omheiningen kijk zou ik vermoeden dat er in het zomerseizoen overal paarden kunnen staan. Echter nu kwam ik op 200 km amper een handjevol paarden buiten tegen.

Later kwam ik erachter dat de meeste paarden in de winter binnen staan vanwege het gure weer en vanaf mei weer buiten gaan.
Het landschap zelf is heuvelachtig met een ruwe bodem en begroeiing. En voorzien van typische stenen muurtjes. Mooi om te zien.

Ik was welkom bij de eigenaren van Paddy waar ik 3 dagen mocht verblijven en ik goed voorzien werd van eten. Dus alvorens ik Paddy nu echt eindelijk kon bewonderen. Gingen we eerst thee drinken en wat eten. Ik had inmiddels na 9 u reizen wel een hongerke gekregen.

En waar je ook komt in de wereld. Zet een stel paardenmensen bij mekaar en het praat vanzelf 😊
Nadat we uitgebreid hadden kennis gemaakt gingen we eens kijken wat Paddy van zijn bezoek zou vinden.

Hij keek zich de ogen uit zijn kop. En was eerst wat argwanend. Maar hij houd van ruiken.
En het eerste wat mij opviel aan de stalletjes was dat de deuren erg hoog waren. Iets wat wij niet gewend zijn. Maar ze wisten me te vertellen dat ze veel jonge paarden kopen en ze wel eens rustig over de deur springen. Vandaar de hoge deuren. De stallen waren erg ruim en in de stallen waren de muren niet zo hoog dus de paarden hebben contact met elkaar.

Na enig gesnuffel mocht Paddy uit zijn stal. En kon ik eindelijk zien hoe hij in het echt was. Want afgaan op foto’s is niet altijd even gemakkelijk.
Het eerste waar ik naar keek waren zijn benen en zijn hoeven.
Oef, 4 goeie rechte benen en 4 mooie van nature gevormde hoeven eronder.
Een knap hoofdje met een zeer lieve blik en een zacht oog.
So far so good dacht ik. Hij was al goed opgeknapt in de voorbije 8 weken sinds hij Bij Sandra Conlon stond. En ze had al erg goed voor hem gezorgd.

Want voorheen had Paddy altijd op het land gestaan met nog 3 andere paarden en had hij maar weinig menselijk contact gehad. Dus de laatste weken is er heel veel op hem afgekomen en heeft hij heel veel nieuwe dingen moeten leren kennen.

Ik had nog een paardje gezien en die stond een dorp verderop en samen met John ging ik kijken naar de paarden bij Charlie. De schimmel die ik gezien had was echt een mooi paard. En was een Irish draught 3 j en had al flink massa. Zeer mooi toekomstig eventingpaard maar het zou een echte tank gaan worden. Dat is wel duidelijk.

Maar wat zijn wij verwend met onze accommodaties hier in Belgie – Nederland.
En dan nog durven we wel eens te zeuren. Je kunt merken dat de paardenmensen in Ierland echte paardenmensen pur sang zijn. Heel anders dan bij ons.
Ik wil niet romantiseren want ik denk dat sommige situaties op verschillende boerderijen echt wel voor verbetering vatbaar zijn. Maar wat ik in het gasthuis vooral kon merken was. Dat men het erg belangrijk vind om de paarden niet te verwennen wanneer ze de leeftijd van 3 nog niet hebben bereikt. Ze willen er zeker van zijn dat het paard de normale omgang met mensen op een positieve manier ervaart. Maar ze willen ook behoeden dat de paarden verwend worden en hierdoor brutaal kunnen worden.

Na een kort bezoekje weer naar Sandra. Die was inmiddels begonnen aan het schoonmaken van de stallen. Dit doet ze 2x per dag. En de paarden krijgen 3x per dag voer. De paarden krijgen telkens de gelegenheid om de stallen te verlaten en even buiten de benen te strekken. Ik vond zelf dat ze dit heel beheerst deden. Bij ons tref ik ze wel eens brutaler😊

Inmiddels was het avond en konden we aan tafel om te eten, voorzien van een lekker wijntje en een toetje.

Ik was daarna erg moe en ik ging op tijd naar bed. Waar ik heerlijk heb liggen wegdromen.
De lokale tijd was ons oude winteruur. Dus ik kon lekker uitslapen. En ik had de opdracht gekregen om dit ook lekker te doen en te ontspannen.

Hoe dag 2 verloopt kun je lezen in het volgende blog.
Maar dag 1 was echt al een te gekke ervaring die ik mooi in mijn rugzakje heb zitten.

10 Tips hoe je een goed bewegend paard kunt herkennen?

Vaak zijn we al zo gewend geworden aan de manier van lopen van ons paard dat het niet eens meer opvalt wanneer er een afwijkend bewegingspatroon ontstaat.

Want een paard dat er goed uit ziet voor ons, kunnen we meestal wel herkennen. Maar een paard dat fit, gezond en met gemak beweegt hoe kun je dit nu herkennen? Als we elk onderdeel apart gaan bekijken lukt het ons vast beter om een volledig beeld te kunnen krijgen van een goed bewegend paard.
1 Algemene indruk

Als jij naar je paard kijkt in beweging klopt dan het beeld dat je hebt bij de leeftijd van je paard.
Een 18+ paard zal anders bewegen dan een jong paard van 4j. Een jong paard hoort speels, vitaal en energiek te zijn. En met het grootste gemak te versnellen. Een ouder paard gaat veel rustiger, stijver en gemoedelijker zijn.

2 Gezonde voedingsconditie
  • Hoe is de bodyconditionscore van je paard? Is hij eerder te dik of te dun?
    Een paard dat erg zwaar en doorvoed is draagt teveel gewicht mee wat op termijn overbelasting op de gewrichten in de onderbenen kan veroorzaken. Niet alleen dat maar teveel gewicht mee dragen zorgt er ook voor dat het paard sneller vermoeid word en meer moeite moet doen om te bewegen.
  • Een paard dat te mager is krijgt niet voldoende voedingsstoffen binnen om zich te voorzien in zijn basisconditie die nodig is en om een natuurlijke aanleg voor spieren te ontwikkelen. Het is dus belangrijk dat je paard afhankelijk van de arbeid dat hij verricht een afgestemd voerprogramma krijgt. Want een natuurlijke aanleg voor bespiering helpt om het paard te leren bewegen in een houding die gunstig is voor je paard en hem behoed voor blessures.
3 Natuurlijke houding en bespiering.

Een paard dat in stilstand al op de voorhand leunt en 1 achterbeen ver achter de massa plaatst zal in beweging ook erg op de voorhand bewegen en de achterbenen erg stuwend gebruiken.
Hij laat in stilstand zijn buikspieren hangen waardoor zijn rug hol getrokken word.
Vaak hebben deze paarden onvoldoende hals en rugbespiering. Een natuurlijke aanleg van bespiering heeft als voordeel dat de bovenlijn  trainen veel gemakkelijker gaat.

Ongemak in de achterhand kan ervoor zorgen dat het paard het pijnlijk vind om zijn gewicht goed te verdelen over zijn 4 benen. Of een paard dat minder flexibele gewrichten in de achterhand heeft bekken, knie , spronggewricht en kogelgewrichten buigt minder goed en treed minder goed onder de massa. Het geeft een beeld dat het paard loopt in 2 of 3 stukken voor- midden- achter. En je wil graag een aaneengesloten paard zien bewegen waarbij je het gevoel hebt dat de volledige beweging van voor tot achter een aaneenschakeling is van energie die stroomt.

4 Het paard stapt vlot en actief mee aan de hand en verandert moeiteloos van richting mee.

Wanneer we een paard aan de hand begeleiden. Vaak doen we dit van stal naar de wei of richting de poetsplaats om hem op te tuigen. Krijgen we al een eerste indruk over de souplesse van het paard dat hij van nature heeft. Een paard dat je op sleeptouw mee moet nemen loopt vaak heel stroperig en heeft geen actieve stap. Een actieve stap of tred is nodig om een actieve achterhand te ontwikkelen.
Wanneer we een draad van de wei openen, het paard door de uitgang leiden en de draad terug dichtdoen en ons paard een klein ronde laten maken, hoort deze vlot en gemakkelijk mee te draaien.
Paarden die dit goed kunnen op beide kanten plaatsen het binnenachterbeen goed onder de massa door. Afwijkingen zoals stroperig meelopen en moeite hebben met scherpe wendingen zelfs in stap bij het begeleiden zijn een eerste teken dat het paard ergens beperkt is.

5 Achterhand beweging versus schoudervrijheid

Aan de longe willen we dat het paard mooie vlotte grote actieve passen laat zien. Ideaal is om te zien dat het paard zowel met zijn achterbenen ruim beweegt als ook met ruime passen vanuit zijn schouders kan bewegen. Wanneer het paard voor in zijn schouders met kleine passen beweegt.
Word de energie die vanuit de achterhand ontstaat en doorstroomt via de rug geblokkeerd in de voorhand. Het paard hoort vrij te bewegen in zijn schouders om zijn hele lichaam goed te kunnen gebruiken.

In de achterhand willen we een optimaal kantelen van het bekken waarnemen en een flexibele buiging in het spronggewricht.
De schouderligging is bepalend waarin het voorbeen gestrekt kan worden. Punt van de schouder naar de grond is de maximale strekking van de zwaaifase van het voorbeen.

6 Het paard draagt de hals minstens horizontaal of laat deze gemakkelijk vallen.

In de training willen we na streven dat het paard zijn gewicht goed verdeelt over zijn 4 benen. Naarmate het paard sterker word en beter gaat dragen willen we dat de voorhand lichter word en het paard nog meer gewicht op de achterhand gaat plaatsen.
Dit is enkel mogelijk als het paard loopt met een aangespannen bovenlijn. ( bolle bovenlijn)

Het paard dat zijn rug laat vallen en hol trekt, is funest voor de wervelkolom en ongetwijfeld loopt het paard met een gespannen rug rond dat hem pijn op levert en op de voorhand laat vallen.

Een rug die horizontaal of licht bol word gedragen in de beweging is een rug die los kan bewegen. Hij laat de energie die achter word opgewekt door het actief doorlopen, vloeiend doorstromen via de wervelkolom naar de voorhand. Een voorwaarde om een lichte bolling in de rug te bekomen is dat het paard actief zijn buikspieren gaat aanspannen.
Zonder buikspieren geen goed rug gebruik en geen actief tredende achterhand.

7 De overgangen stap – draf- galop en alle mogelijke combinaties hiervan zijn vlot en niet beperkt. ( afhankelijk van het trainingsniveau)

Een goed bewegend paard en dat genoten heeft van een goede africhting. Zal vlot reageren op het maken van overgangen. Het moet zo zijn dat een drijvende hulp mits het in fases word aangegeven voor het paard moeiteloos te volgen is. Omdat het paard vrij is van ongemak of pijnlijkheden heeft hij de intentie om de aanwijzingen goed te kunnen opvolgen en reageert hij vlot op de hulpen.
Hij moet zich niet eerst bij mekaar sprokkelen om de overgang naar draf of galop te kunnen maken.
Want het paard is alert en heeft een bepaalde ontspannen aanspanning die gedurende een training word gevraagd om te kunnen reageren op voorwaartse en zijwaartse hulpen. Een goed bewegend paard kan dit met gemak opbrengen.
Een paard met ongemak of pijnlijkheden zal altijd aanmoediging nodig hebben om voorwaarts te bewegen. Of bij een overgang terug, vaak meteen doodvallen in de overgang.

8 De paslengte is ruim en over 4 benen gelijk.

Een goed bewegend paard maakt aan de voorzijde ruime grote krachtige passen waarvan de energie naar voren stroomt en niet in de grond. De voorwaartse en achterwaartse zwaai moeten gelijk zijn. De achterhand moet net als de voorbenen ruim naar voren en richting het zwaartepunt stappen.
Het zwaartepunt bevind zich ter hoogte net achter de singelruimte daar waar de ruiter zit op de rug van het paard. Elk paard heeft zijn eigen paslengte die gebaseerd is op zijn exterieur. Zo zal een flexibelsportpaard of sportpony veel gemakkelijker landen in of over de afdruk van de voorhoeven. Dan een paard dat gebouwd is met andere doeleinden dan flexibel en lichtvoetig bewegen. Maar juist gefokt is om zware trekkracht te kunnen leveren.

Is de afdruk van het instappen van de achterhoef ongelijk dan is het noodzakelijk om uit te zoeken vanwaar de ongelijkheid ontstaat. Als je goed kijkt zul je altijd enig verschil bemerken dit heeft te maken met de links of rechtsgebogenheid van je paard. Echter wanneer het verschil beperkt is valt daar aan te werken en word het verschil vanzelf minder wanneer het paard sterker en soepeler word.

9 Op de volte zien we een minimale lengtebuiging.

Het paard buigt minimaal mee met de volte. En blijft in balans lopen.
En laat al een bepaalde souplesse zien. Hij valt niet op binnenschouder of brengt zijn achterhand niet overmatig naar binnen of buiten.
Op een simpele volte zullen de sporen van de binnenhoefafdruk en de buitenafdruk evenwijdig en parallel moeten lopen. Dwz dat de afdruk van de achterhoeven in de afdruk van de voorhoeven landt

Vraag je extra buiging van het binnenachterbeen om het paard aan te moedigen tot meer dragen en buigen van de heup en het spronggewricht dan landt de afdruk onder het zwaartepunt.
Een goed bewegend paard loopt mee met de buiging en loopt niet als een plank door de bocht.

10 Een goed bewegend paard laat deining in de hals, schoft, rug en si-gewricht zien.

Als alle voorgaande 9 punten goed uitgevoerd worden door het paard.
Dan kun je dit terug zien in de totale beweging en dan wil je graag een paard zien bewegen dat los door zijn lijf beweegt.

Stap:

De hals beweegt in stap dan met een voorwaartse neerwaartse deining bij elke pas dat het paard naar voren zet. De beweging in stap is een 4 tact en begint bij linksachter- linksvoor- rechtsachter- rechstvoor.

De schoft heeft evenzeer een bepaalde beweging. En zal een opwaarts voorwaartse beweging tonen omdat de buik-borst spieren goed gebruikt worden en het paard niet in zijn cervicale thorocale overgang hangt. ( hals-schoft- borst- romp overgang) = houding

De wervelkolom, de rug maakt bij elke pas een afwisselende beweging. Namelijk een aanspanning en een ontspanning hol-bol. Het streven is dat de bovenlijn bol is, toch zul je in de beweging zien dat deze op en neer beweegt daarnaast kun je in de wervelkolom ook nog een rotatie zien die vergelijkbaar is met een slingerklok.

Wanneer het binnenachterbeen naar voor treed word de buik naar buiten geslingerd wanneer het buitenachterbeen naar voor komt word de buik naar binnen geslingerd. Je hebt dus een verticale en horizontale beweging.

De lendenen bewegen deinen naar boven en gaan terug naar een horizontale stand . Deze gaan niet hol worden. Dit is de plek waar het meeste laterale buiging kan plaats vinden en buiging van het bekken.

Het bekken kun je zien vanaf de valse heup richting de zitbeenknobbel. Een goed openend bekken brengt het lendegebied naar boven en de knie naar voren. Het paard beweegt dan met actieve passen. Een paard dat sleept en sloft heeft een heel beperkte bekkenactiviteit.

Draf:

In draf zien we veel beweging in de wervelkolom en weinig beweging in de hals.
Omdat de beenzetting een diagonale beweging is en een 2 tact met een zweefmoment.

Linksachter-rechtsvoor Rechtsachter-rechtsvoor
Hier kun je dus wel aan de beengewrichten zien hoeveel schwung een paard van nature heeft. Een paard met veel vering buigt verder door in zijn kogelgewrichten.

Het geeft mooie verende passen. Het bekken hoort evenveel links als rechts te bewegen. En de staart deint is hetzelfde ritme mee.

Galop:

De galop is een drietakt met een zweefmoment deze gang is niet symmetrisch. Er is een linkergalop en een rechtergalop. Bij de linkergalop grijpt het linkervoorbeen meer vooruit en bij de rechtergalop grijpt het rechtervoorbeen meer vooruit.

Het is belangrijk dat het paard mooie grote sprongen voorwaarts en opwaarts maakt waarbij de achterhand zakt en de voorhand verlicht word. Wanneer het paard het niet goed doorspringt met voldoende activiteit ontstaat er een 4tact galop.
Het bekken word in de galop het meest geactiveerd van allemaal en moet dus goed openen, buigen en terug keren.

De ideale oefening om je paard los te houden in het si-gewricht.

Samenvatting:

Een goed bewegend paard loopt in feite heel bewegelijk, ruim en gemakkelijk.
Je zult veel vering, en lichtheid kunnen herkennen in de passen. En veel souplesse in de horizontale en verticale beweging van de wervelkolom.

Maar elk paard heeft zijn eigen bewegingspatroon dat gebaseerd is op zijn exterieur en temperament.
Het streven naar een zo ruim mogelijke beweging die past bij de bouw van het individuele paard is het uitgangspunt voor mij.
Een compacte koudbloed beweegt helemaal anders dan een sportpaard dat gebouwd is op souplesse.
Maar beide kunnen allebei correct bewegen en de meest mogelijke beweging laten zien die binnen hun mogelijkheden ligt.

Heel ruim bewegende paarden zijn niet altijd even comfortabel om te berijden. Het word een ware kunst om als ruiter de bewegelijkheid van de gangen van het paard op te vangen en door te laten stromen in je eigen gewrichten.
Een paard met compacte bewegingen geeft als ruiter een veel meer horizontaal gevoel en is gemakkelijker om je eigen balans op te bewaren.

Voor elk van de 2 valt wat te zeggen.

Een paard dat van nature een goede aanleg voor bespiering heeft is gemakkelijker te trainen heeft meer souplesse en beweegt ook beter zonder dat we hier nog maar enige invloed hebben op uitgevoerd.

Aangespannen rug of look a like aanspanning?

Als we gaan rijden dan zijn de meeste van ons gefocust op de houding. Want we moeten zo snel mogelijk ervoor zorgen dat het paard in dé houding loopt. En dé houding is dat het paard voorwaarts neerwaarts loopt. Waarom ? Omdat het zo verteld is of omdat we weten dat het paard de rug omhoog hoort te brengen en de achterbenen voorwaarts moeten grijpen.

Waarom ?

Ik ga toch nog even een korte logische samenvatting maken. Het paard moet actief naar voren lopen zijn buikspieren aanspannen waardoor de rug zal opbollen en de bovenlijn mooi zal aanspannen. De beweging begint altijd vanuit het achterbeen vandaar dat hij van achter naar voor moet gereden worden en niet andersom. Het paard ervaart de contactteugel als aangenaam en zal de hand volgen als het paard uitgenodigd word om de bovenlijn langer te maken. Alle wervels in de wervelkolom worden nu als een waaier geopend en het paard is in staat om de ruiter nu goed te kunnen dragen. Zonder hierbij zelf ongemak te ervaren.

Hoe ?

  • Je paard moet ontspannen lopen en altijd de voorwaartse drang naar voor hebben.
  • Je paard maakt een zacht contact met de hand en neemt de verbinding aan.
  • Je paard moet je hand naar voren willen volgen als je toestaat.
  • En je paard moet goed aan het been zijn.
  • Je voelt je paard soepel en gemakkelijk bewegen.

Wat ik wel eens om mij heen zie is de look a like houding !

Vaak loopt het paard ontspannen maar ontbreekt het aan voorwaartse energie. De hals word horizontaal en laag gedragen en het neusje is er vaak net uit. De ruiter is gefocust op ontspanning en terecht en op een zachte verbinding maar er gebeurd helemaal niets. Het is niet omdat de hals horizontaal of laag is dat het paard de bovenlijn dan goed aanspant of de buikspieren goed gebruikt. Deze ruiter wil het heel erg goed doen en hierbij het paard niet forceren. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar omdat de beweging energie mist gaan de spieren niet goed aangesproken worden. En gebeurd het dus dat het paard nog altijd met een holle rug loopt waardoor de toppen van de wervels in de wervelkolom grote kans maken om tegen mekaar te komen. En voor erg veel ongemak en pijn kunnen zorgen.

Hoe voel jij of je paard goed over de rug loopt ?

Je begint altijd met je paard actief te laten stappen en je neemt een zacht of een licht contact met de mond. Als je paard de hand vertrouwt dan zal hij de verbinding aangaan. En blijf je vering voelen. Geef je teveel been en je paard word te gehaast dan zal je paard in je hand gaan duwen en dan word je paard tegen de hand. Dan ga je iets minder been geven maar je blijft wel een actieve voorwaartse drang nastreven. Als de verbinding goed is nodig je het paard uit om je hand te volgen wanneer je een klein stukje toestaat. Ondertussen blijf jij wel de activiteit onderhouden. Je moet altijd het gevoel behouden dat je meer been geeft dan dat jij je hand sluit. Er is niks mis mee de hand te sluiten en je paard neerwaarts te vragen zolang de aanvulling van je been maar meer is. Wanneer is je been teveel? Als je paard tegen de hand komt.

Daag je paard uit om een harmonica te worden.

Hoe zorgen we er dan voor om de buikspieren goed te laten werken? Wel in stap gaan we vragen dat het paard groter gaat stappen en meer schoudervrijheid zal krijgen. De gedachte en intentie in je hoofd hebben dat je voor een 7 moet gaan stappen kan je daarbij helpen.

In draf ga je schakelen. Denk aan het rijden in een auto je hebt 6 versnellingen. 1 is naar stap 2 is naar een grotere stap. 3 is aandraven, 4 is actiever gaan draven, 5 en 6 is nog groter en actiever draven. En is zeker in begin niet de bedoeling dat je dit lang volhoud. Maar wanneer je in 3 zit sta je hand een stukje toe en vul dit aan met je been schakel op naar 4. Een halve grote volte en weer terug naar 3 . En zo ga je steeds schakelen van 3 naar 4 naar 5 en weer heel zachtjes terug op je zit,zonder hand hulp. En als jij in deze 6 versnellingen goed kan gaan schakelen dan heb jij de buikspieren erg goed aan het werk gezet dan voel je dat de achterbenen veel actiever worden en het bekken beter gaat kantelen en de bovenlijn echt gaat opbollen.

Ik weet zeker dat je paard dan zijn rug goed gebruikt zijn wervels mooi geopend zijn en de buikspieren ten volle getraind worden. En je een mooi actief achterbeen gaat krijgen. Want het paard moet juist leren om groot en klein te draven. Groot betekend voorwaarts neerwaarts. Klein betekend bekken meer gekanteld en een korter frame waarin je paard beweegt. Tis absoluut niet de bedoeling om je paard in mekaar te trekken maar juist eerst uit te nodigen om groter en langer te worden actief naar voren en in deze lengte te leren gaan schakelen en je paard met een aangespannen rug die je behoud in overgangen terug, terug te laten schakelen. Net zoals een harmonica.

Wanneer je hiermee aan de slag gaat. Dan kan het zomaar zijn dat je paard tijd nodig heeft om je hand te leren vertrouwen. En je hier dus enkele weken mee aan de slag moet. Maar het is wel een goede basis waarvan alles natuurlijk begint. En die je goed wil bevestigen.

Rome is ook niet op 1 dag gebouwd. Dus neem je tijd hiervoor en heb geduld.

Veel succes Oona

Loopt je paard nu kreupel of is er wat anders aan de hand?

Je ziet iets aan de beweging van je paard en je kan het niet thuis brengen. Loopt je paard nu kreupel of is er wat anders aan de hand?

Als een paard een afwijkend bewegingspatroon heeft van de normale tact in de gangen dan is er een mogelijkheid dat je paard atactisch is. In de volksmond zeggen we coördinatie problemen bij het aansturen van bewegingen.

Bewegingen vinden plaats wanneer spieren aan het skelet trekken. En een spier die word aangestuurd vanuit het zenuwstelsel d.m.v. een prikkel. Als er ergens in het lichaam een zenuw geklemd zit of beschadigd is gebeuren er fouten in de aansturing van de spieren wat zich uit in te traag zijn, het verkeerde moment, te weinig, … er ontstaan milde of ernstigere onregelmatigheden wat we terug zien in een beweging die afwijkt.

Wat is het zenuwstelsel en hoe zorgt het in normale omstandigheden voor beweging?

Het zenuwstelsel is een zeer ingewikkelde lichaamssysteem en bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg en een zeer uitgebreid netwerk van zenuwen die vertakken .

Het word actief door bliksemsnelle prikkels die plaatsvinden in of aan het lichaam. Bijv wanneer je iets heet aanraakt reageert je zenuwstelsel meteen supersnel door met je hand terug te trekken. Hij geeft peil snel een commando aan je spieren die nodig zijn om de beweging te laten plaats vinden die je hand terug trekt dit gebeurd onbewust en razendsnel. Het is ook nodig dat dit systeem razendsnel en optimaal werkt om te kunnen overleven. Zou de zenuw bij de aansturing verstoord geweest zijn dan had je hand waarschijnlijk verbrand geweest omdat de coördinatie van de beweging verstoord was.

Het zenuwstelsel coördineert ook alle andere stelsels zowel bewust als onbewust en daarom staat aan het begin van elke beweging hoe klein ze ook is. Het heeft controle over alle bewuste en onbewuste bewegingen. Onbewust beweging is het hart dat automatisch klopt. Bewust is als een paard met zijn hoef tegen de staldeur bonkt.

Uit wat bestaat het zenuwstelsel?

Het bestaat uit grote hoeveelheden zenuwcellen. Die allemaal samenwerken en boodschappen doorheen het hele lichaam sturen. Het is eigenlijk een netwerk van draden die informatie doorsturen naar de hersenen en weer terug met een boodschap naar de spieren om een contractie te laten plaats vinden.

Wat doet het centrale zenuwstelsel?

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit hersenen en ruggenmerg en zijn het centrum van het zenuwstelsel het zit in de schedel waar het goed beschermd is voor beschadiging van buitenaf. Het activeert alle systemen waar nodig en activeert de spieren.

Het ruggenmerg loopt in het midden door een tunnel door de halswervels en de wervelkolom van de rug. Het is een aaneenschakeling van vezels en cellen waarlangs de informatie en aansturingen plaats vinden tussen de hersenen en alle andere delen en ledematen van het lichaam het vertrekt in de hersenen en bij de eerste halswervel tot aan het si-gewricht en vertakt zich op verschillende plaatsen.

Wat gebeurd er wanneer zenuwcellen beschadigd zijn?

Dan word de boodschap die de hersenen uitstuurt via het ruggenmerg slecht aangestuurd en zien we dus afwijkingen in de beweging. Het is dus naast spieren die in conditie moeten zijn nog een fragiel systeem dat zeer belangrijk is.

Welke afwijkingen zien we wanneer het zenuwstelsel mogelijk verstoord is.

Spieratrofie de afname van spieren ten gevolge van harnachement dat niet goed aanpast kunnen de zenuwuiteinde beschadigen.
Afwijkingen van het gebruik van de wervelkolom en de bijhorende structuren.
Verlies van tact en regelmaat in de beweging.
Verschil in flexie en extensie van de beengewrichten.
Weinig reactie op reflextesten.

Wat als je paard een afwijkend bewegingspatroon laat zien?

Wanneer het paard atactisch is bevonden is het van groot belang dat er word gezocht naar de oorsprong die afwijkt. Komt de afwijkende coördinatie verder uit het hersen gedeelte of komt ze verder uit de wervelkolom die door een trauma beschadigt is geraakt.

In een universitair ziekenhuis kan er een MEPP test gedaan word die uitmeet hoe de reactiesnelheid bij reflextesten verloopt.
Daarbij kan men nog bijkomende foto’s maken van de halswervels of de wervelkolom om te kijken of er tussen de verschillende wervels voldoende ruimte aanwezig is om langs mekaar heen te bewegen.

De diagnose die daaruit volgt bespreekt de dierenarts met je en hierbij geeft hij gepast advies over de mogelijke herstelkansen. Maar die is afhankelijk van paard tot paard en van de tijd die zit tussen het vaststellen van de ataxie en de ondersteuning met medicijnen.

En bij een groot deel van de paarden is er helaas geen voldoende herstel mogelijk.

Hoe draagt het paard het gewicht van de ruiter?

Als eens over nagedacht?

Als we plaats nemen op de rug van het paard zitten we letterlijk op de rugwervels. Die een volledige verbinding vormen tussen de voorhand en de achterhand. Met ligamentjes , pezen, spiertjes en vele gewrichtjes zorgen zij voor stabiliteit , ondersteuning en de mogelijkheid tot bewegen zowel verticaal als lateraal.

Om plaats te kunnen nemen is het van groot belang dat er aan het verloop van de rug veel aandacht word besteed en de houding. Voor het paard is het voordeligst als deze de ruiter kan dragen met een sterke rug die goed bespierd is . Want een sterke rug is als een sterke stevige stabiele brug die ervoor zorgt dat de uiteindes van de rugwervels als een waaier uit mekaar staan.
Een rug die keer op keer slap is en moet dragen loopt een groot risico waarbij de toppen van de rugwervels tegen mekaar komen wat zeer pijnlijk is en beschadigingen met zich meebrengt.

Hoe zorg je er dan voor dat een rug getraind word?

Dit doen we via de buikspieren.
Door de buikspieren te prikkelen worden de buikspieren korter en de rugspieren langer.
Prikkel je de buikspieren niet dan worden de buikspieren langer en de rugspieren korter. Je paard loopt dan met een holle rug en een hoge hals houding. En de beweging word beperkt.

Moeten we nog iets doen?

Ja bij de buikspieren horen ook de borstspieren. Die zitten vooraan de tussen de benen. Het aanspannen van de borstpieren zorgt ervoor dat het schoftgebied gelift word en het verloop van de rugbespiering op zijn beurt zorgt voor het goed openen en sluiten van het bekkengewricht waardoor de achterbenen veel beter naar het zwaartepunt kunnen grijpen.
Loopt het paard met zijn hals hoog, tegen de hand dan is de shoft het laagste punt, de rug weg gedrukt en kan het bekken niet voldoende openen en sluiten. En ontstaat er een beperkte beweging , stabiliteit en ondersteuning van de rug.

Hoe prikkel je de borstspieren?

Bij het plaats nemen op de rug. Ga je het paard de gelegenheid geven om de hand te vertrouwen en deze te volgen. Volgen wil zeggen dat de hals draagt in een voorwaarts neerwaartse tendens . Omdat dan de shoft gelift word. Afhankelijk van het stadium van je training word de shoft gemiddeld of ten volle gelift.

Een sterke terugwerkende hand die het hoofd en de hals naar beneden dwingt of houd veroorzaakt het tegenovergestelde. Het paard spant dan juist zijn onderhals spieren aan en laat de schoft vallen wat niet gewenst is.
Je kunt niet de bovenhals spieren aanspannen en ontwikkelen wanneer de onderhals spieren continue aangespannen zijn door het verzet tegen een dwingende hand.

Het vinden van vertrouwen in de ruiterhand is niet altijd even gemakkelijk voor het paard. Vaak zijn we geneigd om te snel erdoor te willen werken.
Maar houd dan in gedachten dat het niet ten gunste van je shoftlift is.

Succes Oona

Is je paard echt sterker op 1 zijde of is het misschien een smokkel oplossing?

Je hebt je paard lekker los gestapt in de warming up en 1 van de dingen die je opviel is dat je paard heel de tijd sterker bleef op 1 teugel. En je vond dat hij niet lekker soepel was. Daarna ging je in draf om hem verder “los “ te rijden in de hoop dat het wel beter word maar integendeel het werd enkel maar erger.

Tijd om hier wat mee te doen!

Want wat je voelt is duidelijk het verschil tussen de kracht van de 2 achterbenen.
Dit vertelde ik in het vorige  Blog al wat dit precies is.

Nu gaan we het hebben over de oplossing die het paard van nature gaat aanbieden die wij niet als gewenst ervaren maar die hij wel zal inzetten als smokkel oplossing om juist geen gewicht te hoeven dragen op het zwakkere achterbeen.

Het paard is gebouwd op 4 benen en is in de bovenlijn verbonden met de hals en rugwervels. Echter heeft moeder natuur de rugspieren niet even lang gemaakt. En wanneer we hier als ruiter plaats opnemen is het paard uit balans. Uit balans wanneer hij rechtdoor loopt, uit balans in de wendingen.
Om het paard weer in balans te brengen gaan we hem soepeler maken met buigingswerk. Zodat hij rechtdoor en in wendingen zijn gewicht exact over 4 benen blijft dragen en de rugspieren aan beide zijdes even lang worden. De moeilijkheidsgraad zit erin om de balans te vinden in alle verschillende gangen.

En voor ons is het de kunst om het paard te laten begrijpen dat we buiging willen en het paard soepeler willen maken. Wij gaan d.m.v. stelling en ons binnenbeen vragen aan het paard om te buigen. Het binnenachterbeen moet onder het lichaam tot in de sporen van het binnenvoorbeen worden geplaatst. Waarbij de heup aan de binnenkant zakt. Dat is het uitgangspunt.

Vaak als het paard nog niet soepel genoeg is aan de kant waar hij moeilijk buigt.
Gebeurd het volgende:

Vb gaat uit van een zwakker rechterachterbeen:
  • Het sterkere linkerachterbeen rechtsom zal de achterhand naar binnen duwen en het paard valt over de buitenschouder weg. Dit omdat het zwakkere spronggewricht naar buiten draait in plaats van zich direct onder de achterhand te plooien zoals het sterkere spronggewricht aan de andere kant.
  • Linksom gaat het rechterachterbeen dat zwakker is naar buiten uitzwaaien. Wat je voelt is dat het moeilijk is om het rechterachterbeen bij het paard te houden en uitzwaait.

De oplossing is ervoor te zorgen dat hij meer gewicht op rechtsachter gaat dragen. En meer gaat luisteren naar de begrenzende hulpen.
En hiervoor zal je moeten zorgen dat je de juiste teugelhulpen gaat inzetten die samenwerken met je buitenbeen.

Je paard extra laten buigen op je binnenteugel zonder dat het paard buigt om je binnenbeen gaat het paard nog meer over de buitenschouder laten wegvallen. Dit gaan we dus niet doen!

  • Maar door je paard in een contrastelling te vragen en met je buitenbeen de achterhand naar binnen te duwen ga je het paard verplichten om gewicht op het rechterachterbeen te plaatsen.
    En ga je het paard leren om de hulpen aan de buitenzijde als een begrenzende hulp te respecteren.
    Even gemakkelijk gezegd. Door het paard eerst te leren waar de grens ligt aan de buitenkant. Zal het gemakkelijker worden om ze begrenzend toe te passen wanneer je het paard gaat vragen te buigen om je binnenbeen.

Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik weet het. Mijn jonge paard heeft het nu steeds beter onder de knie. Maar toen ik begon te lessen met hem om hem verder in te rijden gingen we dus eerst met actief voorwaarts rijden aan de gang en buiging was het 2 de op ons leerlijstje.
Ik vond dit erg moeilijk en Sky ook want hij maakte mij echt wel duidelijk dat hij niet zoveel respect had voor mijn begrenzende hulpen en niet meteen van plan was om meer gewicht op het rechterachterbeen te plaatsen. Het heeft toch een week of 4 geduurd voor we hier in wat meer fine tuning hadden. Maar ik ben uiteindelijk wel blij dat we deze oefening nu goed onder de knie hebben en ik hem zowel linksom als rechtsom inzet als ik voel dat mij teugelcontact ongelijk word. In galop voel ik nog steeds duidelijk dat het rechterachterbeen niet genoeg buigt, naar voren grijpt en de binnenheup zakt. Maar het blijft work in progress en alle begin is moeilijk. Stap en draf gaan nu goed.

Want een paard dat gelijk is op 2 teugels zit veel gemakkelijker en is aangenamer rijden.

Veel succes

Oona